Home   Jurisprudentie @ctueel JWB Rechtspraak Wetgeving @ctueel Informatie

Samenvatting

Archiefnummer: Jurisprudentie @ctueel 2012-391
   
Instantie: HR 10 augustus 2012, BW8300, 11/02853
Onderwerp: Arbeidsrecht; ontslag op staande voet
Artikelen: Art. 81 RO
   
Casus: Eiseres was als kassamedewerkster in dienst van de rechtsvoorgangster van verweerster in cassatie, SEM. SEM heeft eiseres op staande voet ontslagen wegens verduistering van gelden. Voorts heeft SEM het CWI verzocht "voor zover vereist" om toestemming om de arbeidsverhouding tussen partijen te beëindigen. Deze toestemming werd verleend en met gebruikmaking daarvan heeft SEM de arbeidsovereenkomst, voor zover vereist, ook opgezegd. Eiseres heeft SEM gedagvaard en loondoorbetaling gevorderd over de periode tussen de datum van het ontslag op staande voet en de ingangsdatum van de opzegging "voor zover vereist", alsmede een vergoeding voor het saldo van niet genoten vakantiedagen, berekend tot de datum van het ontslag op staande voet, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. SEM heeft verweer gevoerd en in reconventie veroordeling van eiseres gevorderd tot betaling aan haar van een bedrag van € 17.299,87, bestaande uit de verduisterde gelden, de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en de gefixeerde schadeloosstelling uit hoofde van art. 7:677 lid 4 jo art. 7:680 BW.

De kantonrechter heeft in conventie de vordering van eiseres afgewezen en haar in reconventie veroordeeld om aan SEM een bedrag van € 3.182,75 te betalen. Eiseres is, onder aanvoering van zeven grieven in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. SEM heeft tegen de grieven verweer gevoerd. Het hof heeft het vonnis, voor zover in conventie gewezen, bekrachtigd en het vonnis, voor zover in reconventie gewezen, vernietigd en, opnieuw rechtdoende, het door eiseres aan SEM te betalen bedrag bepaald op € 3.167,75. Eiseres heeft tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld. SEM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.


   
Rechtsvraag: De cassatiemiddelen bevatten verschillende motiveringsklachten.

   
Beslissing: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep.



   
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

 

 

Copyright Footer