Home   Jurisprudentie @ctueel JWB Rechtspraak Wetgeving @ctueel Informatie

Samenvatting

Archiefnummer: Jurisprudentie @ctueel 2012-389
   
Instantie: HR 10 augustus 2012, BW8310, 11/02852
Onderwerp: Overeenkomst van geldlening
Artikelen: Art. 81 RO
   
Casus: Eiser is woonachtig in Spanje en had aldaar in eigendom een perceel grond. De zwager van eiser en eiser waren voornemens om op dat perceel grond een campingbedrijf te beginnen. Door verweerster, een vennootschaap waarvan de zwager statutair bestuurder is, werd een bedrag van ƒ 130.000,- en later nog een bedrag van ƒ 125.000,- overgemaakt naar een bankrekening van eiser in Spanje. Verweerster heeft eiser gedagvaard en veroordeling van eiser gevorderd tot betaling van een bedrag van € 190.342,18. Aan deze vordering heeft verweerster ten grondslag gelegd dat tussen partijen in een overeenkomst van geldlening tot stand is gekomen op grond waarvan verweerster aan eiser twee bedragen heeft geleend en dat verweerster recht heeft op terugbetaling van het geleende. De rechtbank heeft de vordering van verweerster afgewezen. Het hof heeft de vonnissen waarvan beroep vernietigd, en opnieuw rechtdoende, eiser veroordeeld tot betaling aan verweerster van een bedrag van € 162.495,67, te vermeerderen met de contractuele rente hierover. Eiser heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld.

   
Rechtsvraag: Deze zaak, waarin een betwiste overeenkomst van geldlening centraal staat, betreft in cassatie het bewijsoordeel van het hof over de totstandkoming en inhoud van deze overeenkomst.
   
Beslissing: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

   
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

 

 

Copyright Footer