Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2012-379 |
| |
|
| Instantie: |
HR 13 juli 2012, BW6136, 11/02491 |
| Onderwerp: |
Personen- en familierecht, Gezamenlijk uitgeoefend gezag, Verbod moeder bij wie kind hoofdverblijf heeft om niet buiten een bepaalde afstand van vader te gaan wonen |
| Artikelen: |
Art. 81 RO |
| |
|
| Casus: |
Dit kort geding heeft betrekking op de (binnenlandse) verhuizing van het minderjarige kind van partijen. Eiseres tot cassatie, de moeder, en verweerder in cassatie, de vader, hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is in februari 2004 een zoon geboren. Verweerder in cassatie heeft de zoon erkend. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over hem uit. Nadat de relatie tussen partij is verbroken (partijen woonden samen in Marrum), is eiseres tot cassatie met haar zoon en halfbroer gaan wonen in Ferwerd, op 3 km afstand van Marrum. In de periode van april 2009 tot 16 april 2010 heeft in onderling overleg tussen partijen elke week omgang plaatsgevonden tussen verweerder in cassatie en de zoon. Na die datum heeft de moeder de omgang eenzijdig teruggebracht tot eenmaal per veertien dagen. Op 26 augustus 2010 is eiseres tot cassatie met de zoon en de halfbroer verhuisd naar Oldenzaal. Zij heeft verweerder in cassatie eerst op 22 augustus 2010 in kennis gesteld van de ophanden zijnde verhuizing. Op 9 september 2010 heeft verweerder in cassatie eiseres tot cassatie in kort geding gedagvaard voor de rechtbank. Hij heeft onder meer gevorderd dat de voorzieningenrechter de moeder zal verbieden naar Oldenzaal te verhuizen, althans haar zal gelasten binnen een door hem te bepalen termijn weer met de zoon te gaan wonen binnen een straal van 60 km gerekend vanaf Marrum, op straffe van verbeurte van een dwangsom. In reconventie heeft eiseres tot cassatie gevorderd dat de voorzieningenrechter haar voorlopig toestemming zal verlenen om met de zoon naar Oldenzaal te verhuizen. De voorzieningenrechter heeft de vordering in reconventie afgewezen en in conventie eiseres tot cassatie gelast vóór 1 januari 2011 met de zoon te gaan wonen binnen een straal van 60 km (hemelsbreed) vanaf Marrum, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Tevens heeft de voorzieningenrechter een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd, in zoverre dat de straal werd gesteld op 70 km in plaats van op 60 km vanaf Marrum. Voor het overige heeft het hof het vonnis bekrachtigd. Tegen het arrest van het hof heeft eiseres tot cassatie beroep in cassatie ingesteld. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
Heeft de rechter terecht geoordeeld dat eiseres tot cassatie, bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft, niet buiten een bepaalde afstand van vader mag gaan wonen? |
| |
|
| Beslissing: |
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
De conclusie van de A-G strekt tot verwerping van het beroep. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|