Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2012-372 |
| |
|
| Instantie: |
HR 13 juli 2012, BW6744, 11/01859 |
| Onderwerp: |
Verkrijgende verjaring |
| Artikelen: |
Art. 3:105 BW, art. 81 RO |
| |
|
| Casus: |
De eisers tot cassatie hebben de verweerders in cassatie voor de rechter gedagvaard en gevorderd primair voor recht te verklaren dat een bepaald stuk grond door verjaring in eigendom hebben verkregen, dat de verweerders in cassatie onrechtmatig handelen door zonder toestemming van de eisers tot cassatie een deel van de bestrating, de erfafscheiding en de pergola van de eisers tot cassatie te verwijderen en een bouwwerk deels op het perceel van de eisers tot cassatie te plaatsen en dat verweerders in cassatie wordt gelast deze onrechtmatige handelingen ongedaan te maken. Subsidiair hebben de eisers tot cassatie gevorderd dat de grens tussen de twee erven wordt vastgesteld. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie staat de vraag centraal of de eisers tot cassatie door verjaring bepaald stuk grond in eigendom hebben verkregen. |
| |
|
| Beslissing: |
De rechtbank heeft primair gevorderde vorderingen van de eisers tot cassatie afgewezen en de subsidiaire vordering toegewezen en de erfgrens tussen de twee percelen vastgesteld. Na een enquête en contra-enquête heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, met afwijzing van het meer of anders gevorderde. De Hoge Raad overweegt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Dit behoeft volgens de Hoge Raad gezien art. 81 RO geen nadere motivering. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|