Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2012-333 |
| |
|
| Instantie: |
HR 29 juni 2012, BW1519, 11/01141 |
| Onderwerp: |
Groepsaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, beperking |
| Artikelen: |
Art. 6:166 BW, art. 6:106 lid 1 BW |
| |
|
| Casus: |
Tussen de eiser tot cassatie en de verweerders in cassatie heeft confrontatie plaatsgevonden. Hierbij is de eiser tot cassatie door een aantal verweerders in cassatie in het gezicht geraakt. De eiser tot cassatie heeft de verweerders in cassatie voor de rechter gedagvaard en gevorderd voor recht te verklaren dat de verweerders in cassatie in groepsverband onrechtmatig hebben gehandeld en zullen worden veroordeeld hem daardoor geleden schade te vergoeden. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie komt de vraag naar de toewijsbaarheid van de vordering van de eiser tot cassatie. |
| |
|
| Beslissing: |
De rechtbank heeft de vordering van de eiser tot cassatie afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De Hoge Raad merkt op dat zonder nadere toelichting niet valt in te zien waarom het door de eiser tot cassatie geleden letsel (een blauw oog) te gering is om voor enige vergoeding in aanmerking te komen. (r.o. 3.4) De Hoge Raad overweegt dat voor de toewijsbaarheid van de vordering van de eiser tot cassatie dat hij ook op andere wijze dan door het hof vastgesteld in zijn persoon is aangetast, geldt dat de benadeelde, de eiser tot cassatie, geestelijk letsel heeft opgelopen. Hierop is echter een uitzondering in verband met de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan mogelijk. Het hof heeft echter niet onbegrijpelijk geoordeeld dat daartoe onvoldoende is gesteld. (r.o. 3.5) De Hoge Raad verklaart de eiser tot cassatie niet-ontvankelijk in zijn beroep, voor zover gericht tegen bepaalde verweerders in cassatie, en vernietigt het arrest van het hof, voor zover gewezen tussen de andere verweerders in cassatie en verwijst in zoverre het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing.
|
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|