Home   Jurisprudentie @ctueel Juridisch Nieuws JWB Rechtspraak Wetgeving @ctueel  Webgids  Informatie

Samenvatting

Archiefnummer: Jurisprudentie @ctueel 2010-305
   
Instantie: HR 9 juli 2010, BM3912, 09/01790
Onderwerp: Koerswijziging in hoger beroep.
Artikelen: Art. 347 lid 1 Rv (81 RO)
   
Casus: Eiser heeft via een aannemingsbedrijf landbouwgrond verkocht welke vervolgens is verdeeld in 6 kavels. Twee kavels zijn aan verweerder c.s. verkocht. Aan de kavels grensden stukken grond. Eiser heeft deze stukken grond rechtstreeks verkocht aan verweerder c.s. Volgens de koopovereenkomst hebben verweerders 1a en b 'circa' 1.080 m2 gekocht en verweerders 2a en b 970 m2. In de koopovereenkomst staat dat indien na de definitieve opmeting de werkelijke grootte afwijkt van de geschatte grootte, een verrekening zal plaatsvinden van fl. 70,- per m2 (het verrekenbeding). Uit de kadastrale meting blijken de stukken grond groter te zijn. Eiser heeft betaling van € 6.448,22 respectievelijk € 6.861,15 gevorderd van verweerder c.s.

De rechtbank heeft de vorderingen van eiser afgewezen. In de memorie van grieven heeft eiser vervolgens betoogd dat hetgeen in de inleidende dagvaarding is gesteld onvolledig is geweest en heeft hij aanvullende redenen opgegeven voor het opnemen van het verrekenbeding. Het hof oordeelt dat het in de inleidende dagvaarding gestelde zich niet laat vere-nigen met het betoog in hoger beroep. Het standpunt van eiser in hoger beroep is in strijd met zijn in eerste aanleg gehuldigde beperktere opvatting omtrent de betekenis van het beding. Daarom is sprake van een wijziging van stellingname. Het hof overweegt dat het wissen van feitelijke stellingen zonder dat daarvoor enige verklaring wordt gegeven, terwijl voor die feitelijke koerswijziging nauwelijks ruimte lijkt te zitten in de overige eigen stellingen, in strijd met de eisen van een goede procesorde is. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
   
Rechtsvraag: In het principale beroep:
Heeft het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, geoordeeld dat eiser in hoger beroep niet mocht terugkomen van zijn in eerste aanleg ingenomen standpunt?
In het incidentele beroep:
Is het in het licht van de stellingen van verweerder c.s. onbegrijpelijk dat het hof heeft vastgesteld dat de grenzen van de door de aannemer en van de door eiser aan verweerder c.s. geleverde gronden overeenkomen met de 4 andere kadastrale percelen?
   
Beslissing: De Hoge Raad vernietigt het arrest in het principale beroep.
Het hoger beroep strekt mede ertoe de appellerende partij de gelegenheid te bieden tot het verbeteren en aanvullen van hetgeen zij bij de procesvoering in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten. Het stond eiser derhalve in beginsel vrij in hoger beroep een ander standpunt in te nemen omtrent de reikwijdte van het verrekenbeding dan in eerste aanleg. Op zichzelf is niet uitgesloten dat de appelrechter aan processueel gedrag in eerste aanleg, eventueel in samenhang met een voorafgaand aan het geding aangenomen houding, de slotsom verbindt dat een procespartij het recht heeft verloren voor het eerst in appel een bepaald standpunt in te nemen, maar de rechter dient daarmee in verband met voormelde strekking van het hoger beroep terughoudend te zijn.

Voor zover het onderdeel klaagt over het oordeel van het hof dat eiser enige verklaring had dienen te geven voor zijn koerswijziging, is het eveneens terecht voorgesteld. Dit oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting indien het hof van oordeel is dat voor een koerswijziging altijd een verklaring moet worden gegeven. Indien het hof niet is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, is het oordeel onvoldoende gemotiveerd, in aanmerking genomen de omstandigheden die eiser in hoger beroep heeft aangevoerd als verklaring voor zijn koerswijziging.

De Hoge raad verwerpt het incidentele beroep.
Het hof heeft kennelijk slechts vastgesteld om welke percelen het in deze zaak gaat. Anders dan het middel betoogt, heeft het hof niet vastgesteld dat de grenzen van de geleverde percelen gelijk lopen met de (later ingemeten) kadastrale perceelsgrenzen. Het middel kan derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.
   
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

 

 

Copyright Footer