Home   Jurisprudentie @ctueel Juridisch Nieuws JWB Rechtspraak Wetgeving @ctueel  Webgids  Informatie

Samenvatting

Archiefnummer: Jurisprudentie @ctueel 2010-301
   
Instantie: HR 9 juli 2010, BL9293, 08/03418
Onderwerp: Beroepsfout, omvang schade
Artikelen: Art. 43 lid 3 ROW (1910), art. 44 ROW (1910)
   
Casus: Een der verweerders in cassatie is octrooigemachtigde die ten name van de eiseres tot cassatie octrooiaanvragen in verband met twee uitvindingen heeft ingediend. Een derde heeft een oppositieprocedure ingesteld. Aan de verweerders in cassatie is een Nederlands octrooi verleend. De derde heeft voor de octrooiverlening maar nadat de octrooiaanvrage bekend is gemaakt, producten op de markt gebracht die volgens een der conclusies bij de octrooiaanvrage waren vervaardigd. De octrooigemachtigde van de eiseres tot cassatie heeft reeds voor de openbaarmaking van de octrooiaanvragen een exploot in de zin van art. 43A lid 3 ROW (1910) aan de derde doen betekenen. De eiseres tot cassatie heeft mede ten behoeve van haar licentienemer jegens de derde aanspraak op redelijke vergoeding en op schadevergoeding gemaakt. Bij een tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat het door de octrooigemachtigde ten name van de eiseres tot cassatie uitgebrachte exploot niet aan de eisen van de ROW (1910) voldeed, met als gevolg dat de derde eerst door een brief van de Octrooiraad tijdens de oppositieprocedure desbewust was geworden in de zin van art. 44 lid 2 jo. art. 43 lid 2 ROW (1910). Dit vonnis is door het hof bevestigd. Bij het eindvonnis heeft de rechtbank de derde veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding over de periode na de octrooiverlening.
De eiseres tot cassatie, de uitvinder en de licentienemer hebben de octrooigemachtigde en de overige verweerders in cassatie voor de rechter gedagvaard en gevorderd hen te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding in verband met het door hen gepleegde beroepsfout.

   
Rechtsvraag: In cassatie staat de vraag naar de schadeberekening centraal.
   
Beslissing: De rechtbank heeft de uitvinder en de licentienemer niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en de verweerders in cassatie hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de verweerders in cassatie veroordeeld tot betaling van een redelijke vergoeding in de zin van art. 43A ROW (1910) en het meer of anders gevorderde afgewezen.
De Hoge Raad overweegt dat de eiseres tot cassatie als octrooihouder een vordering tot vergoeding van de schade geleden door haar licentiehouder kan instellen. In het voorliggende geval is deze vordering afgewezen in verband met het beroepsfout van de octrooigemachtigde, een der verweerders in cassatie. Dit brengt echter niet mee dat de eiseres tot cassatie hierdoor schade lijdt in haar eigen vermogen die gelijk zou zijn aan de schadevergoeding die de verweerders in cassatie verschuldigd zouden zijn indien de octrooigemachtigde geen beroepsfout zou hebben gedaan. (r.o. 4.1.2)
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
   
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

 

 

Copyright Footer