Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-300 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM3868, 09/02198 |
| Onderwerp: |
Overeenkomst, huurkoop, koop op afbetaling, aandelenlease, toestemming echtgenoot |
| Artikelen: |
Art. 1:88 lid 1 BW, art. 7A:1576h BW, art. 7:908 BW |
| |
|
| Casus: |
De verweerster in cassatie is een bank die verschillende bankproducten aanbiedt. De eiser tot cassatie heeft met de verweerster in cassatie een overeenkomst gesloten. Ingevolge deze overeenkomst heeft de eiser tot cassatie geld van de verweerster in cassatie geleend om bepaalde aandelen te kopen (aandelen-/effectenlease). De eiser tot cassatie was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gehuwd. De echtgenote van de eiser tot cassatie heeft bij een brief aan de verweerster in cassatie op grond van art. 1:88 lid 1 BW de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen. De eiser tot cassatie heeft aan de verweerster in cassatie tijdig laten weten niet gebonden te willen zijn aan de door het Hof Amsterdam bij een beschikking verbindend verklaarde vaststellingsovereenkomst. De verweerster in cassatie heeft de eiser tot cassatie voor de rechter gedagvaard en gevorderd de eiser tot cassatie te veroordelen tot betaling van een bedrag, vermeerderd met de contractuele rente, althans de wettelijke rente. De eiser tot cassatie heeft verweer gevoerd en in reconventie gevorderd dat de rechtbank de overeenkomst tussen partijen op grond van dwaling vernietigt of op grond van wanprestatie ontbindt. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie komt de vraag aan de orde of de overeenkomst in casu als een overeenkomst van huurkoop kan worden aangemerkt. |
| |
|
| Beslissing: |
De rechtbank heeft het in conventie gevorderde afgewezen en in reconventie de overeenkomst ontbonden en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het hof heeft in het principaal beroep de verweerster in cassatie niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep en in het incidenteel beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen. De Hoge Raad overweegt dat de overeenkomst tussen de eiser tot cassatie en de verweerster in cassatie ertoe leidt dat aan de eiser tot cassatie genot van de aandelen wordt verschaft door de voorwaardelijke inschrijving van de aandelen op de naam van de eiser tot cassatie. Deze genotsverschaffing dient te worden aangemerkt als een levering in de zin van art. 7A:1576 BW. Het andersluidende oordeel van het hof geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. (r.o. 3.4) De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst het geding naar een ander hof ter verdere behandeling en beslissing. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|