Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-297 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM1688, 09/01916 |
| Onderwerp: |
Aansprakelijkheid, verjaring |
| Artikelen: |
Art. 3:310 lid 1 BW |
| |
|
| Casus: |
De eiser tot cassatie heeft de verweerders in cassatie bijgestaan in een juridische procedure. In deze procedure zijn de verweerders in cassatie hoofdelijk aansprakelijk verklaard op grond van onbehoorlijke taakvervulling als bestuurder resp. indirect bestuurder van een vennootschap. De verweerders in cassatie hebben de eiser tot cassatie tezamen met een derde voor de rechter gedagvaard en gevorderd de derde en, voor zover de vordering jegens de derde is verjaard, de eiser tot cassatie tot betaling van een schadevergoeding te veroordelen.
|
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie staat de vraag naar de stuiting van de verjaring van een vordering centraal. |
| |
|
| Beslissing: |
De rechtbank heeft bij een vonnis bepaald dat de vordering jegens de derde was verjaard, verder voor recht verklaard dat de derde onzorgvuldig haar taken heeft vervuld en derhalve is tekortgeschoten in de uitvoering van haar taken. De rechtbank heeft de eiser tot cassatie veroordeeld tot vergoeding van de door de verweerders in cassatie geleden schade, ontstaan door het niet voorkomen van de verjaring van de vordering jegens de derde door de eiser tot cassatie. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De Hoge Raad overweegt dat het bij de verjaringstermijn van art. 3:310 BW om een daadwerkelijke bekendheid met de schade en met de aansprakelijke persoon door de benadeelde gaat. Het enkele vermoeden van het bestaan van de schade is niet voldoende. De verjaringstermijn begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de geleden schade in te stellen. (r.o. 3.4.4) De Hoge Raad is van oordeel dat het hof een juiste maatstaf heeft toegepast bij de beantwoording van de vraag op welke dag de verjaringstermijn in casu een aanvang heeft genomen. Deze termijn begint in het voorliggende geval te lopen op de dag na die waarop de faillissementscurator de inleidende dagvaarding in de procedure tegen de verweerders in cassatie heeft uitgebracht. (r.o. 3.4.6) De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|