Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-288 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM2311, 09/02632 |
| Onderwerp: |
Bescherming persoonsgegevens |
| Artikelen: |
Art. 1 lid 1, aanhef en onder c, Wet politieregisters (vervallen per 1 januari 2008) |
| |
|
| Casus: |
In deze zaak is aan de beheerder van een politiekorps verzocht kennis te mogen nemen van bepaalde gegevens op basis van de Wet politieregisters (oud). In cassatie staat de uitleg van verscheidene bepalingen in deze wet centraal. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
- Zijn de audiogegevens van tapgesprekken in het Xenon-onderzoek onderdeel van een tijdelijk register in de zin van art. 13 in verbinding met art. 1 Wet politieregisters? - Zijn evaluatiecoderingen, waarmee wordt aangeduid in hoeverre een informant betrouwbaar is en op welke wijze hij aan zijn informatie is gekomen, persoonsgegevens, althans persoonsgegevens betreffende verweerder in de zin van art. 1 Wet politieregisters? - Heeft de Korpsbeheerder zich ten aanzien van de in het register zware criminaliteit voorkomende evaluatiecoderingen kunnen beroepen op de weigeringsgronden van art. 21 lid 1 Wet politieregisters? |
| |
|
| Beslissing: |
- Niet voorstelbaar is dat de betreffende audiogegevens door de politie worden bewaard indien zij niet zonodig toegang tot opnamen van gesprekken tussen bepaalde personen zouden kunnen krijgen. Aangenomen moet dan ook worden dat de politie in een dergelijk geval de gewenste taps zal opzoeken door middel van juist deze ingangen. Die ingangen zijn dan ook wel degelijk gericht op het aantreffen van persoonsgegevens. Dit oordeel van het hof is juist.
- Het gaat bij de coderingen om toevoegingen aan informatie die het gebruik dat van die informatie wordt gemaakt mede bepalen en dat de bejegening van degene op wie die informatie betrekking heeft daardoor uiteindelijk wordt beïnvloed. Dit stemt overeen met de bedoeling van de wetgever, zoals deze blijkt uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.22 als eerste aangehaalde passage uit de memorie van toelichting bij het voorstel van Wet, houdende regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met persoonsregistraties (Wet persoonsregistraties). De evaluatiecoderingen zijn persoonsgegevens.
- Terecht heeft het hof tot uitgangspunt genomen dat een belanghebbende kennis mag nemen van op hem betrekking hebbende persoonsgegevens en dat het op de weg van de Korpsbeheerder ligt concrete feiten en omstandigheden te stellen waaruit de toepasselijkheid van een van de in art. 21 lid 1 Wet politieregisters genoemde weigeringsgronden kan worden afgeleid. Naar het oordeel van het hof is door de Korpsbeheerder onvoldoende concreet toegelicht waarom in dit geval kennisneming van de evaluatiecode zou kunnen leiden tot identificatie van de informant, of anderszins de goede uitvoering van de politietaak of gewichtige redenen belangen van derden zal aantasten. Van een reële aantasting van die belangen is volgens het hof niet gebleken. Dit oordeel van het hof is juist.
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
|
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|