Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-282 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BL4088, 09/00357 |
| Onderwerp: |
Aansprakelijkheid inlener voor arbeidsongeval op grond van onrechtmatige daad wegens schending verzekeringsplicht (Vonk/Van der Hoeven (II)) |
| Artikelen: |
Art. 6:162 BW en 7:611 BW |
| |
|
| Casus: |
Dit arrest is het vervolg op het arrest Vonk/Van der Hoeven (HR 12 januari 2001, NJ 2001, 253). Ditmaal wordt door de werknemer de inlener aansprakelijk gesteld op grond van art. 6:162 BW. Het Hof had aansprakelijkheid aangenomen, omdat de inlener zowel zijn zorgplicht had geschonden als had verzuimd een behoorlijke verzekering af te sluiten. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
De inlener stelt in cassatie dat de aansprakelijkheid wegens het verzuimen een behoorlijke verzekering af te sluiten niet op art. 6:162 kan worden gebaseerd, omdat de norm van het goed werkgeverschap van art. 7:611 geen equivalent is van de onrechtmatige daad uit art. 6:162 BW. |
| |
|
| Beslissing: |
De Hoge Raad oordeelt echter dat hoewel de norm van het goed werkgeverschap van art. 7:611 niet van toepassing is vanwege het ontbreken van een contractuele relatie tussen de werknemer en de inlener, toch de invulling van de norm – te weten het afsluiten van een behoorlijke verzekering – kan worden toegepast via de weg van art. 6:162 BW. De Hoge Raad verwerpt derhalve het cassatieberoep van de inlener.
|
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|