Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-277 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM4301, 09/03415 |
| Onderwerp: |
Familierecht; omgang, niet-nakoming, gezagswijziging |
| Artikelen: |
Art. 1:251a BW |
| |
|
| Casus: |
Partijen zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is in 2003 een dochter geboren. De vader heeft aan de rechter vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en zijn dochter verzocht. De rechter heeft dit verzoek aangehouden in afwachting van het resultaat van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Begin 2008 wordt bij de dochter leukemie geconstateerd waardoor zij gedurende twee jaren een intensieve behandeling moet ondergaan. De Raad heeft bij rapport van 31 maart 2008 geadviseerd om een voorlopige omgangsregeling vast te stellen. Bij tussenbeschikking van 30 juli 2008 stelt de rechter een voorlopige omgangsregeling vast (deze is door het Hof gewijzigd in een regeling waarbij de vader de dochter elke week een middag bij zich heeft). Bij vonnis van 2 oktober 2008 bepaalt de voorzieningenrechter dat de moeder voor iedere keer dat zij in gebreke blijft mee te werken aan de opgelegde omgangsregeling een dwangsom verbeurt van € 200,- tot een maximum van € 10.000,-. Op 22 september 2008 verzoekt de vader de Rechtbank hem te belasten met het eenhoofdig gezag over de dochter, omdat de moeder zich in het geheel niet houdt aan de voorlopig vastgestelde omgangsregeling en voor hem volslagen onbereikbaar is. Bij beschikking van 24 december 2008 wijst de Rechtbank het verzoek van de vader toe. De moeder stelt hoger beroep in. Het Hof bekrachtigt de bestreden beschikking. Volgens het Hof is gezagswijziging een uiterst middel is om omgang te bewerkstelligen, maar het Hof is evenals de Rechtbank van oordeel dat de dochter klem raakt tussen de ouders als de moeder de omgang tussen haar en de vader blijft belemmeren. De moeder stelt cassatieberoep in. Zij klaagt onder andere dat het Hof heeft miskend dat art. 1:251a BW niet geëigend is om als dwangmiddel te dienen tot nakoming van een omgangsregeling. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
Kan gezagswijziging een dwangmiddel zijn om omgang te bewerkstelligen? |
| |
|
| Beslissing: |
De klacht faalt. In de parlementaire geschiedenis heeft de wetgever onder ogen gezien dat ook gezagswijziging in aanmerking kan komen als middel ter effectuering van een omgangsregeling, zij het - zeker in de gevallen dat die maatregel ertoe zal leiden dat de verblijfplaats van het kind wordt gewijzigd - als uiterste middel (ro 3.4.2).
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
|
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|