Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2001-166 |
| |
|
| Instantie: |
HR 8 juni 2001, AB2054, C99/271HR |
| Onderwerp: |
Causaal verband, deskundigenrapport, hoor en wederhoor, |
| Artikelen: |
Art. 223 lid 5 Rv |
| |
|
| Casus: |
De verweerder in cassatie is in zijn auto door een bij de eiser tot cassatie verzekerde auto aangereden. Tengevolge van het ongeval is de verweerder slechts in staat voor 50% te werken. Voor het overige is aan de verweerder een AAW/WAO-uitkering op basis van een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid toegekend. De eiser betwist de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de verweerder. De verweerder heeft de eiser voor de rechter gedagvaard en gevorderd te verklaren voor recht dat hij tengevolge van het ongeval arbeidsongeschikt is en de eiser te veroordelen tot betaling van een vergoeding van de geleden en nog te lijden schade. De eiser heeft de vordering bestreden. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie staat de vraag centraal of het Hof de juiste maatstaf bij het bepalen van het causaal verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten heeft aangelegd. Eveneens komt de vraag aan de orde of het Hof alsnog gehouden was tot het gelasten van een arbeidsdeskundig onderzoek. |
| |
|
| Beslissing: |
De Rechtbank heeft bij een tussenvonnis bepaald dat de verweerder gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en de eiser veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente. Het Hof heeft eerst in een tussenvonnis een deskundigenrapportage gelast. Bij het eindvonnis heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank vernietigd, doch slechts wat de rente betreft, en voor het overige het vonnis bekrachtigd en opnieuw de te betalen wettelijke rente vastgesteld. De Hoge Raad overweegt dat in het voorliggende geval niet al te hoge eisen aan het bewijs van causaal verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten mogen worden gesteld. Dit heeft ook het Hof tot uitdrukking gebracht in zijn overweging dat het ontbreken van een specifieke, medische verklaring voor de klachten van de verweerder voor het risico van de veroorzaker van het ongeval komt en dat dit niet in de weg staat aan het oordeel dat het bewijs van het causaal verband geleverd is (r.o. 3.5.1). De Hoge Raad is van mening dat het Hof niet het beginsel van hoor en wederhoor geschonden heeft door de partijen niet in gelegenheid te stellen om zich uit te laten over zijn afwijking van de deskundigenrapporten. Het is aan het beleid van de feitenrechter overgelaten om te beslissen welke deskundige voorlichting behoeft (r.o. 3.5.3). Eveneens staat het volgens de Hoge Raad aan het Hof vrij om op grond van het procesverloop alsnog tot oordeel te komen dat er geen behoefte meer bestaat aan een onderzoek door een arbeidsdeskundige (r.o. 3.6.1). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|