Home   Jurisprudentie @ctueel Juridisch Nieuws JWB Rechtspraak Wetgeving @ctueel  Webgids  Informatie

Samenvatting

Archiefnummer: Jurisprudentie @ctueel 2010-317
   
Instantie: HR 9 juli 2010, BM7043, 08/04761
Onderwerp: Verbintenissenrecht. Uitleg overeenkomst.
Artikelen: Art. 81 RO
   
Casus: Eiser tot cassatie in het principaal beroep, hierna: eiser, is in 1991 gaan samenwonen met betrokkene 1 in een aan laatstgenoemde in eigendom toebehorend pand. Op 7 september 1993 heeft betrokkene 1 genoemd pand in twee appartementen gesplitst - appartement A-1 en appartement A-2 - en het appartementsrecht met betrekking tot A-2 verkocht en overgedragen aan verweerders in het principaal beroep (hierna: afzonderlijk verweerder 1 en verweerder 2 en samen verweerder c.s.). Verweerder 1 was een goede vriend van betrokkene 1, terwijl verweerder 2 zijn 19 jaar jongere levensgezel was. Op 7 september 1993 is tussen enerzijds betrokkene 1 en anderzijds verweerder c.s. nog een andere overeenkomst gesloten, hierna: de Overeenkomst. Betrokkene 1 is in 2003 ernstig ziek geworden. Hij en eiser zijn op 6 april 2004 onder huwelijkse voorwaarden (uitsluiting van gemeenschap van goederen) gehuwd. De huwelijkse voorwaarden zijn op 15 september 2005 opgeheven; het regime van algehele gemeenschap van goederen werd tussen hen alsnog van kracht. Op 20 september 2005 werd de algemene gemeenschap van goederen opgeheven voor wat betreft het op appartement A-1 betrekking hebbend appartementsrecht. Dit appartementsrecht werd tegen een bedrag van € 662.500,- aan eiser toebedeeld. In de betreffende notariële akte is onder meer de clausule opgenomen: "Partijen bedingen over en weer onherroepelijk voor zich en ten behoeve van de schuldeisers van de ontbonden huwelijksgemeenschap en komen mitsdien overeen, dat zij zich hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk stellen voor alle schulden van de gemeenschap en dat zij die schulden op eerste aanvraag als eigen schulden voldoen, ongeacht eventueel onderling verhaal' (hierna: de Dozy-clausule). Betrokkene 1 is vervolgens op 26 september 2005 overleden. Verweerder c.s. hebben aan eiser laten weten van de hen in 1993 verleende koopoptie gebruik te maken en hem gesommeerd de verplichtingen uit de Overeenkomst na te komen. Verweerder c.s. zijn bij de rechtbank te Amsterdam een procedure gestart. In het exploot vorderen zij primair eiser te veroordelen tot medewerking aan het opmaken van de koop- en leveringsakte met betrekking tot het appartementsrecht betreffende appartement A-1 en te bepalen dat bij gebreke van medewerking het te wijzen vonnis de plaats van de koop- en leveringsakte inneemt. Bij vonnis d.d. 14 februari 2007 wijst de rechtbank de vordering van verweerder c.s. toe door toepassing van de Havitex-formule. Het hof bekrachtigt in zijn arrest d.d. 29 mei 2008 het vonnis van de rechtbank en wijst de in appel gewijzigde vorderingen af. Eiser komt tijdig in cassatie van het arrest van het hof.
   
Rechtsvraag: In cassatie komt onder meer de vraag naar voren of het hof bij het uitleggen van de Overeenkomst aan de hand van de Haviltex-formule volledige toepassing aan die formule heeft gegeven.
   
Beslissing: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
   
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

 

 

Copyright Footer