Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-307 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM2334, 08/05139 |
| Onderwerp: |
Verzuim zonder ingebrekestelling bij aangekondigde strategiewijziging. |
| Artikelen: |
Art. 6:80 lid 1 aanhef en onder b BW, 6:83 aanhef en onder c BW |
| |
|
| Casus: |
Verweerster distribueert en verkoopt exclusief voor haar gebied het automerk Nissan. Tussen Nissan en verweerster bestond sinds 1982 een dealerovereenkomst. In het kader van een samenwerkingsverband met Renault heeft Nissan in 2001 een herstructurering van haar distributiesysteem aangekondigd: de nieuwe HUB-strategie. Uit brieven van Nissan en uit gevoerd overleg blijkt dat de A-groep HUB-partner wordt en dat de eerdere strategie komt te vervallen. Verweerster heeft Nissan meegedeeld niet deel te nemen in de HUB-strategie onder welke partner dan ook en heeft aangegeven dat de Nissan-activiteiten door de toekomstige HUB-partner overgenomen kunnen worden.
Bij brief van 13 februari 2004 ontbindt verweerster de dealerovereenkomst en maakt aanspraak op € 2.732.000 schadevergoeding nu Nissan heeft laten weten haar contractuele verplichtingen te schenden. Nissan heeft immers in 2001 aangekondigd dat de A-Groep zou worden aangewezen als HUB-partner die verantwoordelijk zou zijn voor de distributie van producten van Nissan binnen het gebied, en verweerster zou degraderen tot 'sub-dealer' onder de A-Groep, waarbij de rechtstreekse juridische relatie tussen Nissan en verweerster zou worden beëindigd. Nissan is hierbij, in verzuim geraakt, nu verweerster uit de – als mededeling in de zin van art. 6:83, aanhef en onder c, BW aan te merken – verklaringen en gedragingen van Nissan heeft kunnen afleiden dat Nissan zou tekortschieten in de nakoming van de dealerovereenkomst, in het bijzonder voor zover die voor verweerster een exclusief Nissan-dealerschap inhield.
De rechtbank heeft de vordering van verweerster afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd. De mededelingen die Nissan heeft gedaan en het gevoerde overleg laten geen andere conclusie toe dan dat Nissan niet langer de tussen partijen overeengekomen dealerovereenkomst wilde nakomen en daarom verweerster heeft aangeboden een nieuwe relatie aan te gaan. Nissan was zonder ingebrekestelling in verzuim. Nissan dient dan ook ingevolge art. 6:74 lid 1 BW de schade te vergoeden die verweerster als gevolg van deze tekortkoming in de nakoming heeft geleden.
|
| |
|
| Rechtsvraag: |
Heeft het hof de zaak op een andere grond dan is aangevoerd beslist nu volgens Nissan verweerster de aangekondigde HUB-strategie als wanprestatie heeft aangemerkt, en niet die aankondiging zelf, die slechts de grondslag vormde van het gestelde intreden van het verzuim? Heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door, op grond van zijn oordeel dat de verklaringen en gedragingen van Nissan mochten worden begrepen als een mededeling in de zin van art. 6:83, aanhef en onder c, te concluderen dat voor verzuim van Nissan een ingebrekestelling van de kant van verweerster niet vereist was, nu verzuim slechts kan intreden wanneer een op grond van een verbintenis opeisbare prestatie uitblijft, terwijl Nissan geen enkele opeisbare verplichting niet is nagekomen?
|
| |
|
| Beslissing: |
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Het hof heeft de vordering van verweerster niet aldus opgevat dat de enkele aankondiging van de zogeheten HUB-structuur tegenover verweerster wanprestatie opleverde. Naar het oordeel van het hof heeft verweerster uit de brief waarin Nissan te kennen gaf de door partijen gesloten dealerovereenkomst niet langer te zullen naleven, in combinatie met nadien gevoerde onderhandelingen – waarin Nissan vasthield aan de aangekondigde invoering van de HUB-strategie en volhardde in haar voornemen de dealerovereenkomst niet langer na te leven – kunnen en mogen afleiden dat Nissan zou gaan tekortschieten in de nakoming van de verbintenis die voor haar voortvloeide uit de dealerovereenkomst. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten, treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in, ook indien de vordering op het moment van die mededeling nog niet opeisbaar was. Die niet-opeisbaarheid speelt immers geen rol, omdat dezelfde mededeling van de schuldenaar op grond van art. 6:80 lid 1, aanhef en onder b, BW de gevolgen van niet-nakoming doet intreden voordat de vordering opeisbaar is. Dat betekent dat die gevolgen ook intreden indien de prestatie van de schuldenaar (nog) niet is uitgebleven en dat in het midden kan blijven of het hof van oordeel is geweest dat de aankondiging van Nissan betrekking had op reeds opeisbare, dan wel nog niet opeisbare verplichtingen van Nissan uit de dealerovereenkomst. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|