Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-303 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM2314, 08/03509 |
| Onderwerp: |
Collectieve actie, burgerlijke rechter, bestuursrechter |
| Artikelen: |
Art. 3:305a BW, art. 8:2 BW |
| |
|
| Casus: |
De verweersters in cassatie zijn vreemdelingenorganisaties. Zij hebben de eiser tot cassatie, de Staat der Nederlanden, voor de rechter gedagvaard en gevorderd de onverbindendverklaring van een aantal ministeriële besluiten waarbij leges zijn ingevoerd of verhoogd voor de afdoening van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning en tot het wijzigen daarvan of het verlengen van de geldigheidsduur daarvan.
|
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie staat de vraag centraal of de verweersters in cassatie belang hebben bij de vordering tot onverbindendverklaring. |
| |
|
| Beslissing: |
De rechtbank heeft twee ministeriële regelingen onverbindend verklaard jegens Turkse onderdanen die hun verblijfsrecht aan de Associatieovereenkomst EEG/Turkije kunnen ontlenen. Tevens heeft de rechtbank overwogen dat de toegang tot de civiele rechter in casu slechts openstaat indien geen andere met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat en aan de voorwaarden van art. 3:305a BW is voldaan. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De Hoge Raad wijst erop dat het hof overwogen heeft dat de verbindendheid van de legesregeling alleen door de betrokken vreemdelingen zelf kan worden aangevochten in een rechtsgang bij de bestuursrechter. Hierbij kunnen zij door de verweersters in cassatie worden ondersteund. Naast deze rechtsgang is geen taak voor de burgerlijke rechter weggelegd. (r.o. 4.4) De Hoge Raad overweegt dat het door het hof overwogen echter onverlet laat dat de verweersters in cassatie als vreemdelingenorganisaties een eigen belang naast die van de betrokken vreemdelingen kunnen hebben. Indien zij ter zake van deze belang niet bij de bestuursrechter kunnen opkomen, staat de rechtsgang voor hen bij de burgerlijke rechter open. (r.o. 4.5) Nu evenwel is gebleken dat de verweersters in cassatie een eigen belang ontbreekt, dienen zij niet-ontvankelijk te worden verklaard. (r.o. 4.7) De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en het vonnis van de rechtbank en verklaart de verweersters in cassatie niet-ontvankelijk in hun vorderingen. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|