Home   Jurisprudentie @ctueel Juridisch Nieuws JWB Rechtspraak Wetgeving @ctueel  Webgids  Informatie

Samenvatting

Archiefnummer: Jurisprudentie @ctueel 2010-299
   
Instantie: HR 9 juli 2010, BM0976, 09/04465 en 09/04512
Onderwerp: Enquêterecht, vennootschapsrecht, taakvervulling bestuur
Artikelen: Art. 2:8 BW, art. 2:9 BW
   
Casus: In het voorliggende geval is sprake van gevoegde procedures. In een der procedures (09/04465) heeft de verzoekster tot cassatie, een stichting die tot doel heeft de belangen te behartigen van een vennootschap waarvan de verzoeker tot cassatie uit de andere procedure ongeveer 21% van de gewone aandelen houdt. De belanghebbenden in beide procedures zijn de overige aandeelhouders, de ondernemingsraad en de vennootschap zelf.
De minderheidsaandeelhouders hebben bij de ondernemingskamer een verzoek ingediend strekkende tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap in casu.
   
Rechtsvraag: In cassatie komt onder andere de vraag aan de orde of het bestuur van de vennootschap behoorlijk de aan hem opgedragen taken heeft vervuld.
   
Beslissing: Na een aantal tussenbeschikkingen heeft de ondernemingskamer in haar eindbeschikking het onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap.
De Hoge Raad overweegt dat het bestuur van een vennootschap bij de vervulling van zijn taken die aan hem bij wet of bij statuten zijn opgedragen, het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming voorop stelt en de belangen van alle betrokkenen bij zijn besluitvorming in aanmerking neemt. Het volgen van de strategie van een vennootschap is derhalve in beginsel een aangelegenheid van het bestuur. Het bestuur dient zelf te beoordelen of hierbij overleg met de aandeelhouders nodig is. Het bestuur moet slechts verantwoording aan de aandeelhouders afleggen; het behoeft de aandeelhouders niet te betrekken in zijn besluitvorming waartoe het bevoegd is. De Hoge Raad is van oordeel dat de ondernemingskamer bij de beoordeling van deze vraag blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en haar oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt de beschikkingen van de ondernemingskamer en verwijst het geding naar de ondernemingskamer ter verdere behandeling en beslissing.
   
Opties:
Printbare samenvatting
Download complete uitspraak
Terug naar de vorige pagina

 

 

Copyright Footer