Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-298 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM3979, 09/00338 |
| Onderwerp: |
Procesrecht, ontvankelijkheid beroep, exceptief verweer, verweer ten principale |
| Artikelen: |
Art. 128 lid 3 Rv, art. 353 lid 1 Rv |
| |
|
| Casus: |
De verweerster in cassatie heeft een woordmerk bij het Benelux-Merkenbureau gedeponeerd. Zij heeft aan een derde een exclusieve licentie voor het gebruik van dit woord- en dienstmerk verleend. De eiseres tot cassatie heeft hetzelfde woord- en beeldmerk in dezelfde klassen als de verweerster in cassatie bij het Benelux-Merkenbuerau gedeponeerd. Tussen de verweerster in cassatie en de derde enerzijds en de eiseres tot cassatie anderzijds ontstaat een geschil over het gebruik van het merk. De verweerster in cassatie en de derde hebben de eiseres tot cassatie voor de rechter gedagvaard en gevorderd de eiseres tot cassatie te bevelen het gebruik van het merk te staken en gestaakt te houden alsmede de registraties van het merk door de eiseres tot cassatie nietig te verklaren en de doorhaling daarvan te bevelen. In reconventie heeft de eiseres tot cassatie gevorderd de verweerster in cassatie en de derde te verbieden inbreuk op haar merk te maken. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
In cassatie staat de vraag centraal naar de aard van het in hoger beroep ingestelde verweer. |
| |
|
| Beslissing: |
De rechtbank heeft in conventie de vorderingen toegewezen en in reconventie de vorderingen afgewezen. Het hof heeft de eiseres tot cassatie niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep. De Hoge Raad overweegt de niet-ontvankelijkheid van de eiseres tot cassatie, zoals bepleit door de verweerster in cassatie, niet een gevolg is van de toepassing van de regels van zuiver procesrechtelijke aard, maar het gevolg van de inhoudelijke beoordeling van het belang van de eiseres tot cassatie bij de vordering jegens de verweerster in cassatie. Nu sprake is van een inhoudelijke beoordeling van de zaak, betekent dit dat het verweer niet als een exceptie in de zin van art.128 lid 3 Rv wordt aangemerkt, met als gevolg dat het hof het verweer van de verweerster in cassatie mocht beoordelen, ook als dat niet uiterlijk bij memorie van antwoord naar voren was gebracht. (r.o. 3.5) De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|