Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-285 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BL6267, 09/00342 |
| Onderwerp: |
Onteigeningsrecht |
| Artikelen: |
Art. 40; 40a; 54t; 55 lid 3 Ow |
| |
|
| Casus: |
De zaak betreft een RO/Volkshuisvestingsonteigening van een moskee in een voormalig schoolgebouw waarvoor een elders nieuw te bouwen moskee in de plaats zal komen. In geschil is de omvang van de financieringsschade die de Gemeente Soest aan de eigenaar, Stichting Hollanda Diyanet Vafki Islamitische Stichting Nederland (de Stichting), moet vergoeden, alsmede de vraag of zich een schadepost 'onrendabele top' voordoet.
De Gemeente voert principaal in de eerste plaats aan dat de Rechtbank Utrecht ten onrechte niet is ingegaan op de gemeentelijke bestrijding van kapitalisatiefactor 15 voor de financieringsschadebepaling. Ten tweede meent de Gemeente dat de door de Rechtbank gekozen grondslagen de keuze voor kapitalisatiefactor 15 niet kunnen dragen. Een kapitalisatiefactor 15 voor jaarlijkse financieringsschade kan niet gebaseerd worden op de overweging dat de voordelen van vervangende nieuwbouw zich over een zeer lange periode uitstrekken. Voorwaardelijk incidenteel voert de Stichting - voor het eerst in cassatie - aan dat de Rechtbank in navolging van de deskundigen de aftrek op de schadevergoeding wegens economische verbetering door de nieuwbouw niet of niet correct contant heeft gemaakt. Uit het (aanvullende) advies van de deskundigen blijkt echter dat wel rekening is gehouden met contantmaking. De Onteigeningswet schrijft geen bepaalde precieze wijze van schadebegroting of contantmaking voor. De Stichting klaagt voorts dat de Rechtbank ten onrechte een onrendabele top niet aannemelijk acht. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
Heeft de rechtbank een juiste kapitalisatiefactor aangehouden en heeft het een verkeerde berekening gehanteerd bij de contantmaking van de schadeloosstelling? |
| |
|
| Beslissing: |
De Hoge Raad doet de zaak zelf af.
Noch de omstandigheden dat de onderhavige correctie nieuw voor oud betrekking heeft op een voordeel dat zich over zeer lange tijd zal uitstrekken en, zoals de rechtbank overwoog, zich pas in de verre toekomst concreet zal doen voelen, noch de bijzondere aard van een moskeegebouw waarvan niet aannemelijk is dat het in de nabije toekomst zal worden verkocht, rechtvaardigen de hantering van een andere kapitalisatiefactor dan de in het onteigeningsrecht voor de bepaling van de aan de onteigende toekomende vergoeding van jaarlijkse schade gebruikelijke factor 10. De kapitalisatiefactor ziet immers slechts op de wijze waarop de jaarlijkse rentelast wordt omgerekend tot een bedrag ineens waaruit de Stichting die rentelast gedurende een aantal jaren kan opbrengen. Dat aantal jaren houdt geen verband met het tijdvak gedurende welke het voordeel "nieuw voor oud" zich naar verwachting zal voordoen, noch ook met het aantal jaren waarin de Stichting naar verwachting eigenares zal blijven van het nieuwe gebouw.
In zijn algemeenheid mag niet tot uitgangspunt kan worden genomen dat de correctie nieuw voor oud slechts voordelen mag verdisconteren die zullen ontstaan in de periode waarop de kapitalisatiefactor ziet.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Utrecht van 26 november 2008, doch alleen voor zover daarin beslist is over de schadeloosstelling in de punten 3.1 en 3.2 van het dictum; bepaalt het bedrag van de in totaal door de Gemeente aan de Stichting verschuldigde schadeloosstelling op € 889.691,--; veroordeelt de Gemeente om aan de Stichting als schadeloosstelling pro resto te voldoen een bedrag van € 139.691,--, te vermeerderen met een rentevergoeding over een bedrag van € 187.691,-- van 31/2% per jaar vanaf 27 december 2004 tot 24 maart 2006 en een rentevergoeding over het bedrag van € 139.691,-- van 3% per jaar vanaf 24 maart 2006 tot 26 november 2008, welk totaalbedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf 26 november 2008 tot aan de dag van de voldoening.
|
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|