Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-279 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM3918, 08/04624 |
| Onderwerp: |
Familierecht; partner- en kinderalimentatie, draagkracht |
| Artikelen: |
Art. 81 RO |
| |
|
| Casus: |
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren. Partijen hebben in een alimentatieovereenkomst gesloten waarin de partneralimentatie op f 1.000,- per maand en de kinderalimentatie op f 250,- per maand per kind, is vastgesteld. Op 30 september 2005 verzoekt de man de Rechtbank om nihilstelling van de partner- en de kinderalimentatie. De man heeft daartoe aangevoerd dat de inkomsten uit zijn medische praktijk in Duitsland na de verplaatsing daarvan naar een andere stadswijk dermate achteruit zijn gegaan dat hij sinds januari 2004 op de rand van een faillissement verkeert en de alimentatiebetalingen heeft moeten staken. Bij beschikking van 6 juni 2006 wijst de Rechtbank het verzoek af. De man stelt hoger beroep in. Bij beschikking van 20 augustus 2008 vernietigt het Hof de bestreden beschikking en vermindert de kinder- en de partneralimentatie met ingang van 1 januari 2004 tot nihil. De vrouw stelt cassatieberoep in. |
| |
|
| Rechtsvraag: |
In deze alimentatiezaak wordt geklaagd over de gronden waarop het Hof de partner- en kinderalimentatie heeft verminderd tot nihil. |
| |
|
| Beslissing: |
De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (r.o. 3.).
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
De conclusie van de A-G strekt tot verwerping van het beroep. |
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|