Samenvatting
| Archiefnummer: |
Jurisprudentie @ctueel 2010-276 |
| |
|
| Instantie: |
HR 9 juli 2010, BM5960, 09/03030 |
| Onderwerp: |
Familierecht; onderbewindstelling, opheffing, afwijzing verzoek |
| Artikelen: |
Art. 81 RO |
| |
|
| Casus: |
De moeder is vanwege haar lichamelijke toestand op verzoek van haar zoon door de rechter onder bewind gesteld. De Rotonde is benoemd tot bewindvoerder. De kinderen worden niet door de rechter als bewindvoerder benoemd omdat zij met elkaar in onmin leven en elkaar betichten van manipulatie met het oogmerk zich ten koste van de moeder te bevoordelen. De moeder verzoekt via de dochter de Rechtbank om het bewind op te heffen en subsidiair de dochter te benoemen tot bewindvoerder en de Rotonde wegens gewichtige redenen te ontslaan. Daarnaast verzoekt de moeder de verkoop van haar woonhuis te doen opschorten en de roerende goederen in overleg met gemachtigde te doen terugplaatsen. De zoon verweert zich tegen het verzoek van de moeder en verzoekt zelfstandig de moeder onder curatele te stellen en subsidiair ten behoeve van haar een mentorschap in te stellen. Bij beschikking van 6 november 2007 verklaart de Rechtbank het verzoek tot ondercuratelestelling en mentorschap onbevoegd. Daarnaast wijst de Rechtbank de verzoeken tot opheffing van de onderbewindstelling en tot ontslag van de bewindvoerder af en verklaart de moeder in al haar overige verzoeken niet-ontvankelijk. De verzoeken zouden namelijk niet met de wil van de moeder overeenstemmen en zij zou moeten worden beschermd tegen haar dochter. De moeder stelt hoger beroep in. Bij beschikking van 13 mei 2009 bekrachtigt het Hof de bestreden beschikking. De moeder stelt cassatieberoep in. Zij klaagt dat het oordeel van het Hof dat haar lichamelijk toestand niet is verbeterd, onbegrijpelijk is. Een arts heeft namelijk verklaard dat bij de moeder geen sprake is van een ernstige psychiatrische stoornis en dat zij volledig wilsbekwaam is. Bovendien is het onbegrijpelijk waarom het Hof tot het oordeel is gekomen dat de moeder niet precies begreep waar het om ging. Bovendien is de moeder slechthorend en haar gehoorapparaat functioneerde tijdens de zitting niet goed en zij was op dat moment tevens nerveus.
|
| |
|
| Rechtsvraag: |
Is bij de moeder die onder bewind is gesteld, sprake van een lichamelijke of geestelijke toestand als gevolg waarvan zij tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen?
|
| |
|
| Beslissing: |
De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (r.o. 3.).
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
De conclusie van de A-G strekt tot verwerping van het beroep.
|
| |
|
| Opties: |
|
|
|
|
|